• Basilicum: houdt vliegende insecten tegen, ook de witte vlieg die anders je tomatenplanten aanvalt.
  • Lavendel: voorkomt bladluizen en mieren.
  • Citroenmelisse: helpt tegen muggen.
  • Kervel: houdt (blad)luizen en mieren op een afstand.
  • Citroenverbena: pakt steekmuggen aan.
  • Munt: is een verdedigingswal tegen mieren en muizen.
  • Citroengras: pakt vliegende insecten aan.
  • Peterselie: is een vijand van mieren.

Muggen lokken met tomaten?
Anders dan vaak wordt beweerd, hebben muggen een voorliefde voor tomatenplanten. Die verspreiden namelijk een geur die ze aanlokkelijk vinden. Zet je tomatenplanten in pot, in een hoekje van het terras. Muggen zullen je niet langer belagen; ze zweven verliefd om de tomaten.

Citroen, jouw bondgenoot tegen wespen
Dat citroen muggen op afstand houdt, is bij de meesten wel bekend. Maar wist je dat je met stukjes citroen ook wespen uit je buurt houdt?

Pluk rijp fruit razendsnel
Naast dat vogels je anders voor zijn, pluk je rijpe, zoete vruchten beter snel om een invasie van insecten op je terras te voorkomen. Dit geldt zeker voor aardbeien en bessen!

Mieren
Mieren vreten plantenwortels aan, waardoor de planten verdrogen. Daarnaast verspreiden zij bladluizen. Ook maken ze nesten onder tegels, waardoor die kunnen verzakken. Aan de andere kant beluchten en vermengen zij de bodem, eten organisch afval en zijn zelf weer voedsel voor veel andere dieren.

Mineerders
Mineerders zijn larven van vliegen of vlinders die het bladgroen binnenin het blad gaan oppeuzelen. Doordat ze in het blad zelf zitten, zie je ze amper, maar je kunt ze herkennen aan hun vraatsporen: bruine gangen of grote vlekken in het blad.

Engerlingen


Engerlingen zijn larven van bladsprietkevers, zoals mei- en junikever. Ze komen in de zomer en herfst voor. Ze voeden zich onder de grond met wortels van verschillende planten en grassen. De plant gaat dan plotseling verwelken.

Pissebedden


Pissebedden zijn afvaleters. Ze komen het hele jaar voor en houden van vochtige donkere hoekjes. Ze zijn waardevol door het opruimen van organisch afval, maar vreten ook wel van aardbeien en wortels van jonge zaailingen.
Gebruik een uitgeholde aardappel om ze te vangen en te verplaatsen.

Bonenvlieg


Bonenvlieg verschijnt in april en mei en legt haar eitjes op de jonge bonenzaailingen. De kiemblaadjes krijgen bruine vraatsporen, de groeipunt van de plant is eruit gegeten, waardoor de plant niet meer verder kan groeien.
Kweek de bonen in potjes binnen voor en plant ze in de bak als het buiten warm genoeg is en de planten ongeveer 3 bladeren hebben.
Zaai je direct in de grond, dek die dan af met bijvoorbeeld de moestuinmuts van vliesdoek of insectengaas.

Koolvlieg


De koolvlieg legt haar eieren vooral tussen half mei en half juni. Ze doet dat precies op de overgang tussen de wortels en de stengel van koolplanten, radijs, rammenas en andere kruisbloemigen.
De larven zijn wit en tot 1 cm lang en kunnen zich maximaal 3 cm verplaatsen. Ze vreten aan de wortels, waardoor die op den duur geen water meer naar de stengel kunnen transporteren. De plant komt dan los te staan en sterft af.

Wortelvlieg


Wortelvlieg legt eieren aan de voet van de planten van wortels, peterselie, dille, koriander en karwij. De larven vreten gangen in de wortels en stengels.
Oogst je vak wortelen altijd helemaal leeg. In overgebleven wortelen kan de vlieg makkelijk overwinteren.
Gebruik de moestuinmuts of insectengaas.
Maak gebruik van geur door in de buurt knoflook, ui, sjalot of prei te planten.
Gebruik bij het uitdunnen een schaar, om zo min mogelijk planten te beschadigen en geurstoffen vrij te laten komen.

Bladhaantjes (kevers)


Bladhaantjes zijn kevers met een prachtig glimmend dekschild. Elk haantje heeft een voorkeur voor een bepaalde plantengroep. Zo vind je het goudhaantje alleen op munt:
Larven en volwassen kevers eten van dezelfde planten. Ze eten van de bovenkant van het blad of maken er gaten in.
De beste manier om een plaag te voorkomen is om in voorjaar en zomer naar de kevers en larven op zoek te gaan en ze te verwijderen.

Aardvlooien (springende kevertjes)


Zie je kleine gaatjes in het blad van je radijs, rucola, biet of koolplanten? Dan heb je waarschijnlijk te maken met aardvlooien.
Dat zijn kleine kevertjes - soms maar 1,5 mm groot - die je amper ziet, maar die je wel ziet wegspringen als je het blad aanraakt. Vandaar de naam vlooien.
Ze komen vooral veel voor in het voorjaar en in de zomer, bij warm en droog weer. De kevers eten kleine ronde gaatjes het blad, maar maken ook gangen in de radijsjes en bieten. Kleine kiemplantjes kunnen daardoor afsterven
De oplossing? Hou je mix goed vochtig, dat vinden ze niet fijn. Bij een grote plaag kan je een plankje aan een kant insmeren met lijm (behangersplaksel of zo) en daarmee vlak boven de plantjes bewegen. Bij het opspringen blijven de kevertjes dan hopelijk plakken.

Oorkruipers of oorwormen - vaak een zegen


Oorkruipers worden vaak onterecht gezien als schadelijk voor je moestuin, maar meestal is het juist het tegendeel. Ze ruimen dood blad op en eten luizen en eitjes van insecten, o.a. die van het koolwitje.
Wil je ze toch weglokken van je moestuinbak? Vul dan een potje met stro, hang dat omgekeerd aan een stok bij je bak, en leeg dat na een paar dagen op een andere plek.